
Jurisprudentie
AX3934
Datum uitspraak2006-06-20
Datum gepubliceerd2007-07-19
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHerziening
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers02786/05 H
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2007-07-19
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHerziening
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers02786/05 H
Statusgepubliceerd
Indicatie
Herziening.
Conclusie anoniem
Nr. 02786/05 H
Mr. Knigge
Zitting: 16 mei 2006
Conclusie inzake:
[aanvrager]
1. Aanvrager van herziening is bij uitspraak van de Rechtbank te 's-Gravenhage, sector Kanton, van 17 januari 2005 wegens "als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg staan zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden", gepleegd op 29 januari 2004, bij verstek veroordeeld tot een geldboete van €490,- subsidiair negen dagen hechtenis, met de ontzegging van de bevoegdheid om gedurende vier maanden motorrijtuigen te besturen. De veroordeling is onherroepelijk geworden.
2. De herzieningsaanvrage is namens aanvrager ingediend door mr. S.M.C. van Beek, advocaat te 's-Gravenhage.
3. De aanvrage steunt op de stelling dat er sprake is van persoonsverwisseling, nu de aanvrager niet de persoon is geweest die het in het bovengenoemde vonnis bewezenverklaarde feit heeft begaan.
4. Ter staving van deze stelling zijn bij de aanvrage onder meer de volgende stukken overgelegd:
(a) een op schrift gestelde verklaring van [betrokkene 1], gedateerd 29 september 2005, onder meer inhoudende:
"Ondergetekende (...) verklaart:
Dat hij op 29 januari 2004 (...) is aangehouden i.v.m. het rijden in de niet verzekerde personenauto met het kenteken [00-AA-BB].
Ondergetekende heeft toen niet aan de verbalisant zijn eigen persoonsgegevens bekend gemaakt, maar de persoonsgegevens van zijn zwager, [aanvrager] (...).
Ondergetekende beseft dat hij door zo te handelen misbruik heeft gemaakt van de persoonsgegevens van [aanvrager], die daardoor voor het betreffende strafbare feit ten onrechte, inmiddels onherroepelijk, is veroordeeld door de kantonrechter (...) bij vonnis van 17 januari 2005."
(b) een kopie van een 'billet de sortie' van 30 januari 2004, waaruit kan worden afgeleid dat [aanvrager] vanaf 26 juli 2003 in Frankrijk gedetineerd was, en dat hij (aldaar) op 30 januari 2004 in vrijheid is gesteld.
5. Ik heb het College van Procureurs-Generaal bij brief van 25 januari 2006 gevraagd om de betrouwbaarheid van het onder 4(b) bedoelde 'billet de sortie' te toetsen, door middel van verificatie van de daarin opgenomen gegevens. Bij brief van 5 april 2006 heeft het College van Procureurs-Generaal mij op de hoogte gesteld van de resultaten van het naar aanleiding van mijn verzoek ingestelde onderzoek. Deze resultaten houden (kort samengevat) in dat de directeur van de gevangenis van Longuenesse, Frankrijk, heeft verklaard dat [aanvrager], geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats], van 26 juli 2003 tot en met 30 januari 2004 in de bedoelde gevangenis gedetineerd is geweest.
6. Het voorgaande brengt mij tot de conclusie dat de aanvrager niet de persoon kan zijn geweest die het in het onder 1 bedoelde vonnis bewezenverklaarde feit heeft begaan. Immers kan (in het bijzonder) uit de onder 4(b) en 5 bedoelde schriftelijke stuken worden afgeleid dat de aanvrager, die volgens de gedingstukken is geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats], op de pleegdatum (29 januari 2004) nog gedetineerd was in Frankrijk. Dit doet het ernstige vermoeden ontstaan dat de Rechtbank bij bekendheid met deze omstandigheid de aanvrager zou hebben vrijgesproken.
7. Ik concludeer dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage opdat de zaak op de voet van art. 467 Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Uitspraak
20 juni 2006
Strafkamer
nr. 02786/05 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage van 17 januari 2005, nummer 09/165600-04, ingediend door mr. S.M.C. van Beek, advocaat te 's-Gravenhage, namens:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg staan zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden", gepleegd op 29 januari 2004 te 's-Gravenhage met het motorrijtuig voorzien van het kenteken [00-AA-BB], veroordeeld tot een geldboete van € 490,-, subsidiair negen dagen hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van vier maanden.
2. De aanvrage tot herziening
2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat hij het feit niet heeft begaan en dat een ander zich van zijn personalia heeft bediend.
3. De conclusie van de Advocaat-Generaal
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op de voet van art. 467 Sv zal worden behandeld en afgedaan.
4. Beoordeling van de aanvrage
4.1. Als bijlagen zijn bij de aanvrage onder meer gevoegd:
(i) een verklaring van 29 september 2005 van S. Isrie, onder meer inhoudende:
"Ondergetekende, [betrokkene 1] (...)
Verklaart: Dat hij op 29 januari 2004, om 14:51 uur door de politie Haaglanden, bureau Zuiderpark, is aangehouden i.v.m. het rijden in de niet verzekerde personenauto met het kenteken [00-AA-BB].
Ondergetekende heeft toen niet aan de verbalisant zijn eigen persoonsgegevens bekend gemaakt, maar de persoonsgegevens van zijn zwager, [aanvrager] wonende te [a-straat 1] te [woonplaats] ([geboortedatum]-'74).
Ondergetekende beseft dat hij door zo te handelen misbruik heeft gemaakt van de persoonsgegevens van [aanvrager], die daardoor voor het betreffende strafbare feit ten onrechte, inmiddels onherroepelijk, is veroordeeld door de kantonrechter te 's-Gravenhage bij vonnis van 17 jan. 2005 onder parketnummer 09/165600/04."
(ii) een kopie van een 'billet de sortie' van het Franse Ministère de la Justice (Direction de l'administration pénitentiaire) van 30 januari 2004, inhoudende, zakelijk weergegeven, dat de aanvrager vanaf 26 juli 2003 in Frankrijk gedetineerd was en dat hij op 30 januari 2004 in vrijheid is gesteld.
4.2. Naar aanleiding van de aanvrage is op verzoek van de Advocaat-Generaal Knigge door de Directie Personenverkeer, Migratie en Vreemdelingen Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken een onderzoek ingesteld. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in een brief van J. Alderliesten, hoofd van de afdeling Documentenverkeer en Fraudebestrijding van genoemde Directie, van 29 maart 2006. Die brief houdt, voorzover hier van belang, in:
"Volgens bijgaande verklaring van de directeur van de gevangenis te Longuenesse (Frankrijk) is [aanvrager], geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats], gedetineerd geweest te C.P. Longuenesse van 26 juli 2003 t/m 30 januari 2004."
4.3. De inhoud van de hiervoor onder 4.1 en 4.2 genoemde stukken geeft steun aan de stelling waarop de aanvrage berust, te weten dat in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak waarvan herziening is gevraagd, sprake is geweest van een persoonsverwisseling. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Kantonrechter, ware deze met de evenvermelde feiten en omstandigheden bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.
5. Slotsom
Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
Verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;
Beveelt voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage van 17 januari 2005;
Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 20 juni 2006.

